Wie graag met zijn Levi’s op een Harley zit en van tijd tot tijd nog wel eens een glas Jack Daniels achteroverslaat is de sjaak der sjaken.
Deze spijkerbroekdragende motorrijder en innemer wordt van alle kanten in de wielen gereden door de importheffing van 25 procent op Amerikaanse goederen als jeans, motorfietsen en bourbon die op 1 april in Europa ingaat. Dit is dan weer een reactie op de 25-procentsopslag die blufpokeraar Trump vanaf vorige week hanteert voor buitenlands aluminium en staal.
Uiteraard hebben we zeer te doen met onze getroffen motorvrienden. Maar twee mannen in het bijzonder moeten zich wel in hun graf omdraaien: Chuck Stork (1893-1966) en Frans Waller (1895-1974).
Deze twee neven en TH-studenten uit Delft haalden onder de naam Delftsche Motoren Handel (DMH) de Harley-Davidson in 1913 naar Nederland. Ze zouden daarmee ook de eerste Europese importeurs van dit fameuze motormerk uit Milwaukee zijn.
Dead business
Het werd een kortlopend project: in 1915 droegen Stork en Waller de DMH voor een bedrag van 1500 gulden over aan de firma Englebert & Co. Waller zou in 1957 directeur worden van de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek, het latere Gist-Brocades.

Aanleiding om het Harley-importeursschap op te geven was een bericht dat het duo kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog uit de VS bereikte:“Business will be absolutely dead from now on until an indefinite time.”
Straatarm
Stork emigreerde, na nog agent te zijn geweest voor de automerken Cadillac en Pathfinder, in 1917 naar de VS waar hij onder meer de Stork-Kar op de markt bracht, een open viercilinder vijfpersoonsauto. Werd geen succes. De ondernemingslustige Stork stak vervolgens geld in allerlei projecten in een tijd waarin voer- en (lucht)vaartuigen zich razendsnel ontwikkelden.
Uiteindelijk eindigde hij straatarm en moest met de verkoop van accuvloeistof in zijn levensonderhoud voorzien.
De lotgevallen van Chuck Stork en Frans Waller zijn beschreven in Motorwielrijders in Nederland 1913-1919 (2016), samengesteld door Ruud van Bijnen en Frank van Oortmerssen.