Dienstbodekrachten

Haast alles wat geen paard is, heeft paardenkracht. Een Norton ES2 heeft pk’s, een speelgoedtrein en ook een Honda CB 500 hebben ze aan boord. En voor het gemak ga ik ervan uit dat ook een paard paardenkracht tot zijn beschikking heeft. Eén pk schat ik. Een Shetland pony misschien tweederde daarvan.

Maar wat een paardenkracht of een blok met eenentwintig paardenkrachten eigenlijk precies vertegenwoordigt, weet ik niet. En eerlijk gezegd had ik me dat nooit afgevraagd. Ja, ik vind 100 pk veel, heel veel, verschrikkelijk heel veel. Maar hoe verschrikkelijk heel veel? Geen idee.
In elk geval vormen mijn eenentwinitg paardenkrachten een bescheiden portie als ik om me heen kijk en temidden van Ducati’s en Kawasaki’s bij een stoplicht wegrijd. Terwijl andere voorwielen van de grond willen voel ik me voorzichtigjes van wal steken. Meer is het niet.
Een uitleg van het begrip ‘paardenkracht’ kwam ik pas geleden tegen in ‘Made in Holland. Een techniekgeschiedenis van Nederland (1800-2000)’ van techniek-hoogleraar Harry Lintsen. De auteur neemt er even de tijd voor om uit te leggen waar de paardenkrachten vandaan komen en wat de tegenwaarde van een pk is.
Langzamerhand trokken de paardenkrachten ons land binnen. Hij stelt het totale vermogen waarover de Nederlandse samenleving in 1850 beschikt op 50.000 pk, merendeels afkomstig van windmolens. Dat loopt op naar 80.000 in 1890 als de stoommachine hier voet aan de grond krijgt. Uiteindelijk komt dat door vergaande elektrificatie uit op 45 tot 50 miljoen pk aan het begin van deze eeuw. Dat betekent dat er rond 2000 voor iedere Nederlander een (elektro)motor van drie pk beschikbaar was.

 *  *  *  *  *

Voor een echte definitie van paardenkracht moet je bij James Watt zijn. Daar kom ik achter als ik toevallig binnenval (’toevallig kwam ik er zappend langs’, lieg ik vaak, als ik me een half uur heb vermaakt met een gênant slecht televisieprogramma) bij een – inmiddels opgedoekte – site over houtzaagmolens. Ze leenden de formule van Watt. Eén paardenkracht is het vermogen van een trekpaard om 150 kilo in één minuut 30 meter op te hijsen. Of het vermogen dat nodig is om een last van 75 kilogram stapvoets omhoog te brengen (dat wil zeggen met een snelheid van 1 meter per seconde, oftewel 3,6 kilometer per uur). En dan zeggen de molenaars iets geks: ‘De mens is in staat een vermogen te leveren van 0,03 pk. Een bescheiden hoeveelheid. Een paard doet het al een stuk beter: 0,27 tot 0,57 pk.’
Ik geloof mijn ogen niet. Een paard is dus eigenlijk niet eens in staat binnen de minuut 150 kilo tot op dertig meter hoogte op te hijsen. Een Belgisch trekpaard komt maar net verder dan 15 meter.
Ook schatten de molenaars de mens een stuk lager in dan de hoogleraar doet. Deze stelt dat de mens gemiddeld tot 0,1 pk kan leveren.
Lintsen houdt het echter – en hier moet je even opletten als er af en toe en discussie met je vrouw is en zij vindt dat je teveel tijd aan je motorfiets besteedt – niet alleen bij pk’s. Een eindje verderop in zijn boek komt hij ook aanzetten met dbk’s, dienstbodekrachten. Een begrip dat in de jaren dertig in de VS werd geïntroduceerd als maat om de prestaties van wasdrogers, afwasmachines en koffiezetapparaten te meten.
Toen er geen dienstbodes meer nodig leken te zijn en hun werk werd overgenomen door stofzuigers en wasmachines ontstond de behoefte om het vermogen van de elektrieke hulp in de huishouding uit te drukken in ouderwetse dienstbode-prestaties.
Dat moet ergen op gebaseerd zijn. Zo moet er ergens een maatstaf zijn te vinden die stelt dat een dienstbode per uur bijvoorbeeld 793 borden kan afwassen of tweehonderd vierkante meter vloer kan dweilen. Dat zijn misschien wel waarden waarvan freules en anderen met huispersoneel boeken hadden liggen waarin ze konden naslaan of de meid haar werk goed deed.

 *  *  *  *  *

Via wat omwegen kwam ik tot een berekening van het aantal dienstbodekrachten van een in goede conditie gebrachte ES2.
Om te beginnen heb ik berekend dat mijn vrouw 1/45 pk levert. Ik had onopvallend maar heel nauwkeurig het aantal seconden geklokt toen ze vorig week de luxaflex in de huiskamer omhoogtrok. In drie seconden trok ze een 2,5 kilo zware Ambiance zonwering twee meter omhoog. Dat betekent dat een dbk gelijk staat aan 1/45 of 0,02 pk.
Waarom is iemand zo gek om dit te willen berekenen? Heel eenvoudig: ik had pas geleden een klein, maar vaker voorkomend verschilletje van meninkje met mijn vrouw. Zij is van oordeel dat ik me te weinig inspan in het huishouden. Alles komt altijd op haar neer, blablabla.
Mijn reactie is doorgaans wel een beetje dezelfde. Als ik nu geen tijd steek in het sleutelen aan mijn ES2 dan kunnen we die prachtige motorvakantie wel vergeten (We gaan over drie maanden). En je weet ook schat hoe humeurig ik kan zijn als de boel nog niet voor elkaar is. Die laatste toevoeging heb ik nu niet meer nodig. Ik heb een gedegen, cijfermatige onderbouwing om nog wat langer in de schuur door te brengen.
Ik heb voor onze motorvakantie nog drie maanden de tijd om de 21 pk’s van mijn ES2 weer op de straat te krijgen. Dat beteken dat mijn vrouw me niet eerder naar de keuken kan dirigeren voordat ze – omgerekend – 1050 dienstbodekrachten heeft geleverd in ons huishouden. Dat zijn heel veel, verschrikkelijk heel veel luxaflexen. Maar dat mogen natuurlijk ook twaalf afwasjes, drie hoofdwassen, zeven stofzuigbeurten, vier kilo geschilde aardappelen plus twee schoongemaakte toiletten zijn.
En zelf ben ik nog heel druk want ik heb aan mijn ES2 tot nu toe nog niet meer gepresteerd dan voor anderhalve man en een paardenkop.

Engelbert Spechtenborst jr.
Gebaseerd op column die eerder verscheen in Unapproachable van Norton Club Nederland

Dit bericht is geplaatst in blog met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie