Vonkendoos

Het vriest en als ik met mijn hand over mijn hart strijk, begint het te knetteren. Vonken. Ik schrik en draag een wollen trui. Snapt u het?

Het overkomt me in het weekeinde waarin ik in de ban ben geraakt van magnetisme. Niet dat gedoe van een handopleggende pseudo-genezer maar van de combinatie koperdraad en magneten.
Ik had de elektriciteitscentrale van de Norton ES2 stilgelegd. Tijdelijk wegens herstelwerkzaamheden.
Na een breuk in het contact van mijn pick-up ontdekte ik ook nog eens een vette smurrie rond de Lucas-magneet. En omdat ik bang was dat er olie de behuizing van de magneet was binnengedrongen, moest de magneet eraf. Toen ik de elektriciteitsfabriek eenmaal in de hand had, drong het tot me door dat ik het potentieel van een hele berg volts omklemd hield.

Ik ben een groot magneetgek omdat ik een simpele jonge ben. Techniek is me al gauw te ingewikkeld. Aan bobines durf ik niet te denken en als iemand tegen mij over de pro’s van elektronische ontsteking begint, breekt het angstzweet me uit. En zo laat ik me door een spellingscorrectie-programma voordoen hoe ik het woord tiristor schrijf; uitspreken durf ik het niet.
De magneet kan ik volgen. Meer dan dat.
Nu ik het ding voor me op mijn bureau heb liggen, wordt me haast de adem benomen vanwege de schitterende eenvoud: een as, een grote bos superstrak opgewonden koperdraad en een magneet. Dat is alles. Ik weet dat ik veel mensen zou beledigen als ik nu zou vertellen wat er gebeurt, hoe het werkt. Maar omdat de kans erg groot is dat ik het net niet goed formuleer of het misschien toch niet helemaal goed begrepen heb, vertel ik het toch. Op zijn hoogst levert dat een stroom van verontwaardigde e-mails op of word ik met pek en veren het land uitgetwitterd.
Ach nee, laat ook maar. Ik was veel meer geïnteresseerd in de ontdekking van deze spectaculaire eenvoud. Wie komt er nou op het idee om een bos koperdraad tussen een paar magneten te laten draaien om vervolgens met de daaruit volgende stroom een machine te ontsteken? Het wordt nog mooier als je beseft dat diezelfde aangedreven machine er op zijn beurt voor zorgt dat die bos koper blijft draaien.
Maar goed, de ontdekker van dit fraais. Wie? Via de bibliotheek word ik gered door het boek ‘Stroom, de geschiedenis van een blijvend wonder’ van Aad van der Mijn. Hij houdt de Brit Michael Faraday (1791-1867) ervoor verantwoordelijk in 1831 met draaiende koper en een magneet stroom te hebben aangeboord. Ik moest wel eens aan die naam denken als ik op de motor een onweersbui binnenreed. In 1836 zou hij ontdekken dat een metalen omhulsel elektromagnetische velden buitensluit, zijn kooi.

Als je beweert dat je zo gek bent op de eenvoud, is het heel verleidelijk nog een stapje terug te gaan in de geschiedenis. Ofwel kan het nog meer basic met de vonkvorming?
Dan brengt Van der Mijn je naar de zeventiende eeuw bij William Gilbert, lijfarts van koningin Elisabeth I. Hij beschrijft in 1600 zijn ontdekking dat een magneet zijn kracht verliest als die eenmaal roodgloeiend is geweest. Een man met veel verstand van motorrijden, zoals je merkt als je een warme motor – vooral ten overstaan van een vol zomerterras – probeert aan te trappen. Je krijgt het niet voor elkaar.
Wat Gilbert – hij muntte tussendoor het begrip ‘elektriciteit’ – eveneens ontdekte, is dat de aarde zelf een magneet moet zijn. Ook daarbij liet hij zijn verstand van motorrijden spreken, zoals je merkt als je iets te plat door de bocht wil.
Komend jaar worden we allemaal een beetje gek gemaakt met Rembrandt en de Gouden Eeuw. Maar wat mij betreft maken we er meteen een knetterend Gilbert-jaar van. Met veel gezonde magneten.

Dit bericht is geplaatst in blog met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie